Opleiden voor een veranderend zorglandschap

Opleiden voor een veranderend zorglandschap: van monodisciplinair naar interdisciplinair?
Dr. Jos M Th Draaisma
Kinderarts en opleider kindergeneeskunde, Radboudumc

Het zorglandschap verandert snel. Dit wordt momenteel gekenmerkt door: vergaande centralisatie, lateralisatie van zorg, innovatief gebruik van nieuwe technieken, patiënt -participatie, personalised care, big data, ketenzorg en het steeds meer werken in teams. Een huisarts die als eenpitter  functioneert in een dorp bestaat (vrijwel) niet meer. De studenten die wij nu opleiden, zijn de artsen die het medische zorglandschap bepalen in de periode van 2020 – 2060.  Zoals het er nu uitziet, moeten zij (op zijn minst) rekening houden met de volgende factoren:

– Organisatie van zorg: de zorg is volledig georganiseerd rondom de patiënt. De moderne arts maakt deel uit van een netwerk. 1e, 2e en 3e lijn zijn nauwelijks meer te onderscheiden. De arts is een teamplayer die deel uit maakt van een team met veel verschillende professionals, waarvan wij van sommigen nu het bestaan nog niet kennen. Hij werkt flexibel met behulp van technische mogelijkheden.
-Innovatie. De arts anno 2030 levert voortdurend een actieve bijdrage aan het ontwikkelen, beoordelen en implementeren van innovaties.
-Preventie: De maatschappelijke focus wordt meer en meer verlegd van behandelen van ziekte naar bevorderen van de gezondheid.  De verdere verbeteringen van de technologische innovatie CRISPR-Cas 9 zorgt ervoor dat bv malaria uitgebannen is.
-Patiëntparticipatie:  de autonomie van de patiënt staat centraal en beslissingen worden gezamenlijk genomen. De care wordt verder gekarakteriseerd door medemenselijkheid en betrokkenheid.

Deze inhoudelijke ontwikkeling, die nooit meer stilstaat,  heeft gevolgen voor de opleiding geneeskunde. Niet alleen voor de inhoud, maar ook voor de vorm waarin deze gegeven wordt. Daarnaast veranderen hiermee of parallel hieraan  de medisch onderwijskundige inzichten voortdurend,  van b.v. problem based learning naar team based learning, of van CanMeds naar EPA’s.

Het feit dat een arts steeds meer een teamplayer is, heeft dus ook consequenties voor het medisch onderwijs. In diverse landen, en ook in diverse medische faculteiten in Nederland is mondjesmaat gestart met interdisciplinair opleiden. De tijd zal leren wat hier de voor- en nadelen van kunnen zijn.

Door de snelle veranderingen, wordt het steeds meer een probleem in de opleiding meer dat de studenten onderwezen worden door docenten die meer en meer een vorig tijdperk tijdperk hebben meegemaakt. Dit vraagt dus een steeds grotere  veranderbereidheid van toekomstige docenten.

Dr. Jos Draaisma is opgeleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen, eerst als arts, daarna als kinderarts. Hij heeft als kinderarts gewerkt in het St Elisabeth Ziekenhuis Tilburg, waar hij ook opleider was. Sinds 2002 werkt hij in het Radboudumc als algemeen kinderarts en opleider kindergeneeskunde. Hij is voorzitter geweest van de centrale opleiding commissie en lid van het onderwijsteam van de master geneeskunde. Momenteel is hij voorzitter van het onderwijsteam kindergeneeskunde, lid van de commissie schakeljaar, lid van het ontwikkelteam van het nieuwe geïntegreerde curriculum geneeskunde en BMW van de Radboudumc,  kwartaalcoördinator van het eerste kwartaal van het tweede jaar  en covoorzitter van de stuurgroep Docentprofessionaliteit.